Het verschil tussen cryptocurrency’s en euro’s

Deel dit artikel

Cryptocurrency’s zijn een relatief nieuw verschijnsel. De digitale munten zijn ooit bedacht om een alternatief te bieden op bestaande geldsystemen. Bitcoin is daar een goed voorbeeld van.

Tijdens de financiële crisis van 2008 verscheen namelijk de bitcoin whitepaper. Omdat de hele wereld op dit moment alleen maar hun eigen valuta (zoals de dollar of euro) geld gebruikt vergelijken we die met cryptocurrency’s. Wat zijn de verschillen tussen fiatgeld en cryptocurrency?

In dit artikel focussen we ons op de drie grootste verschillen:

  1. Centraal vs decentraal
  2. Monetair beleid
  3. Bezit

Voordat we de drie grootste verschillen bespreken, eerst een uitleg over de term fiatgeld. Hiermee wordt geld bedoeld, dat uitgegeven is door een centrale partij zoals de overheid of een bank. Ook is fiatgeld een wettelijke betaalmiddel. Hieraan wordt dan ook de waarde (en dus het vertrouwen) ontleend.

 

1: Centraal vs decentraal

Het belangrijkste verschil tussen cryptogeld en fiatgeld is dat fiatgeld altijd door een centrale partij wordt uitgegeven. Bij cryptovaluta hoeft dat niet het geval te zijn. Neem bitcoin als voorbeeld, het netwerk zelf bepaalt wie nieuwe bitcoin mined.

Ook ligt het eigenaarschap iets anders. Bij fiatgeld wordt transactiegeschiedenis centraal opgeslagen. En dit is voor gewone mensen niet in te zien. Bitcointransacties worden vastgelegd op de blockchain en deze is door iedereen inzichtelijk.

Een ander verschil is hoe de waarde wordt bepaald. Bij cryptocurrency wordt de waarde door de markt bepaald. Is er meer vraag dan aanbod? Dan stijgt de waarde. Eigenlijk geldt dit voor fiatgeld ook maar er is nog een factor die heel erg bepalend is. Namelijk hoeveel geld de overheid bijdrukt. En dat is meteen een bruggetje naar het volgende belangrijke verschil.

 

2: Monetair beleid

Een ander belangrijk verschil is de hoeveelheid geld die in omloop is. Voor bitcoin is die hoeveelheid bijvoorbeeld vooraf vastgesteld. In de code is opgenomen dat er niet meer dan 21 miljoen bitcoin in omloop komt. Die worden geleidelijk, op een vooraf bepaald tempo uitgebracht. Zo kunnen we nu al

Fiatgeld kan daarentegen vrijwel onbeperkt worden bijgedrukt. Neem dit niet te letterlijk, het meeste geld is tegenwoordig digitaal en niet fysiek.
Maar dat geld onbeperkt bijgedrukt kan worden heeft een paar nadelen. Geld bijdrukken kan leiden tot inflatie. Dit betekent dat je geld minder waard wordt omdat er steeds meer van op de markt komt. Als de prijs van goederen en/of diensten evenredig meebewegen is er niet veel aan de hand. Dan kan je met hetzelfde geld evenveel kopen. Je koopkracht blijft dan gelijk. Dit is helaas bijna nooit het geval.

In extreme gevallen is er sprake van hyperinflatie. Dit begrip kom je vaak tegen als je het nieuws rondom bijvoorbeeld Venezuela volgt. Maar ook dichter bij huis zijn er voorbeelden van hyperinflatie te vinden.

In de jaren 20 was in Duitsland sprake van hyperinflatie. Er waren toen nog geen computers en online bankrekeningen, de overheid moest het geld nog echt printen met gelddrukmachines. Op een gegeven moment draaiden letterlijk alle drukpersen op maximale capaciteit waardoor het fysiek onmogelijk was om nog meer geld bij te drukken.

Het gevolg van het Duitse beleid was dat de Duitse Mark haar waarde bijna volledig verloor. In 1921 kocht je voor 1 dollar ongeveer 90 Duitse mark. Eind 1923 was dat aantal gegroeid naar 4,210,500,000,000 mark per dollar.

 

3: Bezit van digitaal geld

Voor het eerst in de geschiedenis heb je de keuze om het beheer van geld in eigen handen te houden. Er is niemand die jouw bitcoin van je kan afpakken, er is geen derde partij die de toegang tot jouw coins kan ontnemen. Bij fiatgeld ligt is dit anders.

Dat komt omdat er altijd een partij is die meer zeggenschap heeft over jouw digitale euro’s dan jijzelf. Staat je geld op een bankrekening? Dan kan jouw bank er bijvoorbeeld op elk moment voor kiezen om je rekening te bevriezen of gewoon je geld af te pakken. Dat lijkt misschien onwaarschijnlijk maar is in de recente geschiedenis een paar keer gebeurd.

Willen alle klanten van een bank tegelijk hun geld opnemen? Dan kan de bank als tegenmaatregel rekeningen bevriezen. Banken hebben namelijk structureel te weinig geld in huis om de tegoeden van hun klanten te dekken (ook jouw bank). Gaat de bank failliet? Dan ben je in principe je geld kwijt.

Er is wel een vangnet in de vorm van het depositogarantiestelsel. Een fonds waar alle banken geld in storten om verliezen bij een faillissement op te vangen. Het is echter niet bekend hoe groot dit fonds is. De effectiviteit van dit vangnet is dus moeilijk in te schatten. Laat staan als meerdere banken tegelijkertijd omvallen.

Deel dit artikel